Leerstoel Louis Meerts
   

Leerstoel Louis Meerts 2011 | 'Trust and Media' - Onora O'Neill

 

Het thema | Trust and Media

Vertrouwen is cruciaal. Psychologisch kunnen we ons enkel concentreren op wat ons ter harte gaat, omdat we ons geen zorgen hoeven te maken over wat er allemaal fout kan lopen. Stel dat we er bijvoorbeeld niet van kunnen uitgaan dat onze kinderen op school veilig zijn, beschermd tegen fysiek of psychisch geweld. Stel dat we er niet meer zeker van kunnen zijn dat het geld dat we op een spaarrekening hebben gedeponeerd, niet zal verloren gaan. Stel dat mensen in het verkeer soms links gaan
rijden of dat het brood dat we eten bedorven kan zijn... Er zijn duizenden diensten waarvan we dagelijks gebruik maken die onbetrouwbaar kunnen zijn en er zijn evenzoveel grenzen en verwachtingen die kunnen worden geschonden. Wie geen vertrouwen meer stelt in wat andere mensen doen, kent geen rust.


Vandaag lijkt het maatschappelijk vertrouwen af te nemen. Dat is in elk geval de reden waarom bedrijven en openbare instellingen de regelgeving en de kwaliteitscontroles opdrijven. In de economische sfeer ervaart men dat de transactiekosten toenemen omdat het vertrouwen afneemt. Er moet immers meer worden geïnvesteerd in verzekeringen, controlemechanismen, contractuele bepalingen en gerechtskosten,
waardoor handel nodeloos technisch, ingewikkeld en duur wordt. Ook de overheid voelt zich genoodzaakt om de betrouwbaarheid van goederen en diensten beter te verzekeren door meer wetten en procedures te implementeren. Op elk ongeval en elk vergrijp wordt met bijkomende regels en controlesystemen gereageerd. Meer codes en juridische afspraken creëren echter niet noodzakelijk meer zekerheid. Regels op
zich creeren immers geen vertrouwen. Regels werken zelfs vaak contraproductief.


Hoe meer vertrouwen we stellen in regels, hoe minder vertrouwen we lijken te stellen in mensen. Dat wantrouwen wordt vaak versterkt door de overtuiging dat mensen enkel geïnteresseerd zijn in het maximaliseren van hun eigenbelang en dat men hen alleen kan motiveren om betrouwbaar werk af te leveren als men hen daar op basis van incentives toe aanzet. Die opvatting is funest, omdat ze functioneert als een zichzelf vervullende profetie. Vertrouwen berust immers grotendeels op de overtuiging dat mensen het goed uitvoeren van taken op zich belangrijk vinden. Op het ogenblik dat grenzen en verwachtingen enkel om zuiver instrumentele redenen worden gerespecteerd zal het intrinsiek vertrouwen afnemen. Voor betrouwbare professionele werknemers en zelfstandigen geldt immers dat ze het correct uitvoeren van hun job als een erezaak beschouwen. Half werk zien ze als een schending van hun persoonlijke
integriteit. Het correct uitoefenen van een opdracht geldt voor hen als een doel op zich en het is dit soort plichtsbesef dat mensen maakt tot betrouwbare vakmensen.


Zoals andere instellingen beantwoorden media aan verwachtingen die, wanneer ze worden beschaamd, wantrouwen creëren. Media gelden echter ook als het zenuw stelsel van een gemeenschap, in die zin dat ze elk incident, elke inbreuk, elke ramp die het gangbare maatschappelijke vertrouwen schendt, signaleren. Feiten hebben doorgaans nieuwswaarde omdat ze betrekking hebben op iets dat de gangbare grenzen en ver -
wachtingen doorbreekt, waardoor het emotionele reacties oproept.

 

Groepsdynamisch kan die emotionele reactie begrepen worden als de nodige energie die wordt vrijgemaakt om de oorzaak van de vertrouwensbreuk op te sporen en in te dijken. Mensen vertrouwen er bijvoorbeeld op dat de rechtspraak en de politiek niet gecorrumpeerd zijn,
dat het voedsel veilig is, dat de staat niet zal failliet gaan. Als er redenen zijn om daaraan te twijfelen, dan zijn het journalisten die dat publiek maken, waardoor, onder druk van de publieke opinie, initiatieven kunnen worden genomen om het vertrouwen opnieuw te herstellen. Om zich te kunnen realiseren of wat er zich op politiek, cultureel of sociaal vlak afspeelt te vertrouwen is, zijn mensen afhankelijk van de informatie die hen via media wordt geboden. Soms zijn er gebeurtenissen waar mensen onmiddellijk op betrokken zijn, maar het merendeel van onze maatschappelijk overtuigingen berust op feiten waarover we via radio, televisie, websites of kranten hebben vernomen. Mensen nemen aan dat de feiten waarop ze emotioneel reageren betrouwbaar zijn. Ze nemen ook aan dat wat via media in beeld komt, zaken zijn waar men zich als gemeenschap in functie van het algemeen belang effectief zorgen om moet maken. Media kunnen zoals een zenuwstelsel op sommige symptomen erg prikkelbaar reageren terwijl ze aan andere voorbijgaan. Ze kunnen met andere woorden op sommige punten wantrouwen cultiveren terwijl ze het maatschappelijk vertrouwen op andere punten onterecht niet bekritiseren. De maatschappelijke functie van media in het algemeen en journalistiek in het bijzonder is op dit punt niet te onderschatten. Ongetwijfeld is de werkdruk binnen de journalistiek ontzettend hoog en ontbreekt het aan tijd en middelen om iets rustig uit
te zoeken, maar dat betekent niet dat datgene waartoe journalistieke vakmanschap verplicht vandaag vaag is geworden. Media in het algemeen en de journalistiek in het bijzonder zijn minstens partieel verantwoordelijk voor het soort vertrouwen dat zich in een samenleving ontwikkelt. De kwaliteit van dat vertrouwen hangt samen met de betrouwbaarheid van de berichtgeving. Als er aan die betrouwbaarheid iets schort dan ontstaan er niet alleen problemen met het maat schap pelijk vertrouwen in journalistiek in het bijzonder, maar ook met het maatschappelijk vertrouwen in het algemeen. Komen de actuele media tegemoet aan hun maatschappelijke functie?

 

 

Praktische info

 
   
 
-