|
Op dinsdag 17 april organiseerde het Departement Handelswetenschappen een heel geslaagde en druk bijgewoonde alumniavond. Een van de blikvangers was Kate Masschelein, alumna van 2007.
In totaal 191 licentiaten in de handelswetenschappen en 26 promovendi van de lerarenopleiding studeerden in 2006 af. Uit handen van algemeen directeur Flora Carrijn ontvingen ze op 17 april tijdens de jaarlijkse alumniavond hun diploma.
Een van de blikvangers van de heel geslaagde alumniavond was Kate Masschelein, alumna van het jaar 2007. De West-Vlaamse, die in 1997 afstudeerde, hield een erg gesmaakte uiteenzetting over het opbouwen van een internationale carrière. Op een ontwapenend spontane en ongedwongen manier gaf Kate Masschelein, die momenteel als marketingmanager voor Johnson & Johnson werkt, een heel persoonlijk overzicht van haar carrièrestappen in de States, Edinburgh en Parijs. Onder de noemer ‘The good, the bad and the ugly of having an international career’ illustreerde ze haar betoog met tal van aansprekende anekdotes. Een flinke portie assertiviteit, networking, communicatie en diploma’s noemde ze onontbeerlijk. Naast een goede kennis van het Engels, geduld en doorzettingsvermogen. ‘En vergeet vooral niet een plan te maken. If you fail to plan, you plan to fail.’
Nieuws uit het Departement
Departementshoofd Paul Verheyen gaf tekst en uitleg bij een aantal vernieuwingen in het Departement.
‘Volgend academiejaar gaan de eerste masters van start. Met accountancy & fiscaliteit, financieel management, HRM, internationaal zakenwezen, marketing management en operations management hebben we voortaan zes afstudeerrichtingen. Met onderzoeksmethodologie (6 studiepunten), vier opleidingsonderdelen uit de afstudeerrichting (elk 6 studiepunten), twee opleidingsonderdelen naar keuze (elk 6 studiepunten) en de masterproef (18 studiepunten) telt iedere master in totaal 60 studiepunten’, blikte Paul Verheyen vooruit.
Hij stipte ook de oprichting aan van de Geïntegreerde Faculteit ETEHW en de toegenomen samenwerkingsmogelijkheden op het vlak van economie en management in de Associatie K.U. Leuven: onderzoek, onderwijs, personeelsbeleid, internationalisering en infrastructuur.
‘Ook de lerarenopleiding is vernieuwd. Ze telt 60 studiepunten. Daarvan gaan er 30 naar de theoretische component en 30 naar de praktijk. Die tweede component kan bestaan uit stagelessen en andere opdrachten in het secundair onderwijs of uit een LIO-baan, in afspraak met een secundaire school.’
Speciaal voor de oud-studenten wordt er op 26 juni a.s. een departementaal evenement georganiseerd. Met Meesterzetten in verkoop zal Koen Van den Brandt de aanwezige alumni dan meeslepen langs enkele verfrissende invalshoeken van verkoop. Pure praktijk en herkenning met de nodige kwinkslag. Tot slot kondigde Paul Verheyen ook de oprichting aan van een resonantiegroep, bedoeld voor wie mee wil nadenken over alumniwerking en onderwijs.
Prijs Maria Barones Verstraeten
De Prijs Maria Barones Verstraeten voor de beste eindverhandeling ging naar Mario Van Dyck voor zijn werk De productieketen van de sportindustrie: een analyse van de sportgoederenbedrijven. Onder begeleiding van promotor Trudo Dejonghe maakte Mario Van Dyck in zijn scriptie duidelijk dat de sportindustrie gelijk is aan big business.
‘Al aan het eind van de 19de eeuw pasten de pioniers onder de sportgoederenproducenten diverse marketingtechnieken toe om hun producten te verkopen’, schreef Mario Van Dyck in de samenvatting van de bekroonde eindverhandeling. ‘Er is ook gebleken dat doorheen de geschiedenis innovatie de sleutel tot succes geweest is. En ook het inpikken op nieuwe trends in de maatschappij is van cruciaal belang geweest.
Onderzoek heeft aangetoond dat het merendeel van de kleinere producenten, zoals Puma, Fila, Kappa, Umbro en Lotto niet langer beschikken over eigen productiefaciliteiten. En ook Nike en Adidas zijn over het algemeen ondernemers zonder ondernemingen. Kerncompetenties als research, ontwerp, verkoop en marketing blijven binnen de eigen onderneming behouden.
De productie en de bijhorende risico’s worden uitbesteed aan onderaannemers in lagelonenlanden. Dat maakt dat de productieketen alsmaar minder transparant wordt. Nike was een van de eerste bedrijven die deze uitbestedingstechniek op grote schaal ging toepassen. Adidas was in 1993 genoodzaakt om dezelfde stap te zetten nadat het bedrijf tegen een nakend faillissement aankeek.
De schaaleconomieën die gecreëerd worden, zorgen ervoor dat de productiekosten wereldwijd drastisch dalen. De groei van de Amerikaanse en Europese sportindustrie is de laatste jaren getemperd. Dat heeft geleid tot een overnamegolf binnen deze industrie.
De meest spraakmakende overname van de jongste jaren is die van Reebok door Adidas. Onlangs meldde Puma dat het Franse luxegoederenbedrijf Pinault-Printemps-Redoute 27% van zijn aandelen ingekocht heeft. Tegen eind juli zou de overname van de resterende aandelen rond moeten zijn.
Met 5,3 miljard euro zal dit meteen de 3 miljard eurodeal die Adidas met Reebok sloot, ruim overtreffen. De schaaleconomieën kunnen onmogelijk door kleinere ondernemingen geëvenaard worden. Dat verklaart ook waarom kleinere merken zich zijn gaan specialiseren in een bepaalde niche van de markt.
Tenslotte zoeken westerse bedrijven steeds meer toegang tot groeimarkten in onder meer Rusland en China. De sportindustrie in deze landen bevindt zich in volle ontwikkeling. Vandaag komen Chinese en Russische producenten al naar buiten met eigen merken. De bevolking wil echter nog altijd de bekende internationale merken om zich te onderscheiden. Deze merken zijn dan ook alom vertegenwoordigd op deze markten.’
Jacky Stijven
|