|
Circa 300 oud-studenten waren op vrijdag 20 april aanwezig op de alumniavond van het Departement Toegepaste Taalkunde. De Prijs Maria Barones Verstraeten voor de beste eindverhandelingen ging naar Kris Bruyninckx en Jan Boesman.
Hoofdspreker van de alumniavond was Steven Mets, afgestudeerd in 1997 en ambtenaar-tolk bij de Europese Instellingen. In zijn lezing ‘Moeder, waarom tolken wij? Over de zin en onzin van tolken in de Europese Instellingen’ schetste hij op een even enthousiaste als onderhoudende manier een aantal aspecten van zijn beroep als tolk.
‘De Europese Unie telt 27 lidstaten en 22 officiële talen. Bij de EU werken 750 ambtenaren-tolken en 2500 freelance tolken. Brussel is de grootste tolkenmarkt ter wereld. Van het totale EU-budget gaat 1% naar tolken. Simultaantolken vanuit de cabine beslaat 99% van mijn activiteiten’, vertelde Steven Mets, die tolk Nederlands-Engels-Italiaans-Frans is en daarnaast ook nog Zweeds studeert. ‘Door de toetreding van nieuwe lidstaten is er voor tolken een mooie toekomst weggelegd, op voorwaarde dat je flexibel bent. Drie talen volstaan niet langer. Voordeel is dan weer dat het werk gevarieerder wordt.’
Het gebruik van het Engels wordt steeds dominanter in de Europese Instellingen, maar toch hield Steven Mets een pleidooi voor het gebruik van de eigen moedertaal. ‘Goed formuleren doe je nog altijd het best in je eigen moedertaal. Het steenkolenengels van sommige sprekers is soms echt niet te begrijpen en het leidt bovendien vaak tot hilarische situaties. Ook heel vervelend voor een tolk zijn sprekers die van de hak op de tak springen, te snel spreken of hun tekst gewoon voorlezen.
Talent, karakter en een brede interessesfeer zijn onontbeerlijk om een goede tolk te worden. Een extra jaar tolkwerk is ook een erg goede investering in de toekomst. En geef de moed ook niet te snel op, mocht het eerste tolkexamen bij de Europese Instellingen niet lukken’, besloot Steven Mets.
Departementaal nieuws
Daarvoor had departementshoofd Frieda Steurs uitgebreid stilgestaan bij een aantal vernieuwingen in het departement. Zo stipte ze onder andere aan dat deze zomer de eerste bachelors in de toegepaste taalkunde afstuderen en dat ze daarna kunnen kiezen uit vier masters: vertalen, tolken, meertalige communicatie en journalistiek.
‘De oprichting van een Geïntegreerde Faculteit Letteren leidt op allerlei vlakken tot synergie met de K.U. Leuven. De academische lerarenopleiding is daarvan een eerste concreet resultaat. Masters in de toegepaste taalkunde hoeven voortaan dus niet langer de GPB te volgen om in het onderwijs aan de slag te kunnen’, zei Frieda Steurs. Ze verwees verder onder meer ook naar het nieuwe studentencafé d’Afleiding en naar de organisatie van een culturele week per taal, in samenwerking met de taalraden.
‘Op infrastructureel vlak staat er nog heel wat te gebeuren. Zo komt er op de tweede verdieping voor de masteropleiding journalistiek een compleet nieuwe accommodatie, voorzien van de laatste technische snufjes en er wordt ook een zonneterras gebouwd’.
Frieda Steurs vermeldde ook het nieuwe Engelstalige postgraduaat vertaaltechnologie en localisatie, dat volgend academiejaar van start gaat, en de voor alumni vele mogelijkheden en opleidingen om levenslang te leren.
‘Om optimaal gebruik te kunnen maken van het gevarieerde aanbod is het heel belangrijk dat jullie regelmatig contact houden met de hogeschool en wijzigingen in mail- en postadressen regelmatig aan ons doorgeven.’
Prijzen Maria Barones Verstraeten
In het academiejaar 2005-2006 studeerden 125 laatstejaars af als licentiaat in de toegepaste taalkunde. Met Kris Bruyninckx, Jan-Willem de Bruijn, Marianne Grobben, Yannick Leën, Machteld Oste, Peter Swinnen en Joost Van Eynde waren zeven kandidaten genomineerd voor de Prijs Maria Barones Verstraeten, een onderscheiding voor de beste eindverhandeling. Het was uiteindelijk Kris Bruyninckx die voor zijn eindverhandeling ‘De repressie van de collaboratie na de Tweede Wereldoorlog: een Arendonks perspectief’ uit handen van algemeen directeur Flora Carrijn de prijs uitgereikt kreeg.
In zijn laudatio stelde promotor Paul Gillaerts dat Kris Bruyninckx het thema van collaboratie en repressie met een open en kritische geest behandeld heeft en erin geslaagd is om de lezer een onbevooroordeelde binnenkijk te geven op de repressie in het algemeen en op de gebeurtenissen in Arendonk, tijdens en vooral onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog, in het bijzonder. ‘De verdienste van de scriptie zit hem ook hierin dat de confrontatie van de schriftelijke bronnen met het algemene overzicht van de repressie en met de interviews leidt naar een dieper inzicht in het verloop van de gebeurtenissen en de toedracht ervan’, verduidelijkte Paul Gillaerts.
‘Kris Bruyninckx krijgt de Prijs Maria Barones Verstraeten omdat hij op een intelligente en intellectueel eerlijke manier over een gevoelig onderwerp uit onze recente geschiedenis heeft geschreven. Waarbij hij niet alleen een academische acribie aan de dag heeft gelegd, maar ook heeft laten zien dat een vertaler zijn taal tot in de finesses van levensechte interviews en wetenschappelijke uiteenzetting beheerst.’
Frieda Steurs had ook een eervolle vermelding voor Kathy Leysen, Wendy Vanwesenbeeck en Kris Bruyninckx. Samen met docente Dorien Van de Mieroop publiceerden ze het artikel ‘Implicit and explicit identity constructions in the life story of one of Hitler’s elite soldiers’ in het wetenschappelijk tijdschrift ‘Discourse Studies’.
In de Voortgezette Academische Opleiding Journalistiek mochten 24 afgestudeerden hun diploma in ontvangst nemen. Voor de Prijs Maria Barones Verstraeten waren Jan Boesman, Ines Ielegems, Lien Lammar en Katrien Lefever genomineerd. Jan Boesman, ook al onderscheiden met de Vlaamse Scriptieprijs, werd laureaat met zijn scriptie getiteld: ‘Race. Waarom is wielrennen wit?’
Opleidingscoördinator Luc Van Doorslaer prees het werk van Jan Boesman. ‘Het is geen omvangrijke scriptie, maar wel een intelligent, kritisch en ook lichtjes provocerend eindwerk. Drie kwaliteiten van de allerbeste journalisten. Jan Boesman heeft niet alleen de provocerende vraag in verband met de blanke dominantie in de wielersport overtuigend onderbouwd, hij heeft dat ook gedaan met een verbluffend historisch besef. En ook dat is een belangrijke journalistieke kwaliteit.’
Jacky Stijven
|