|
Monseigneur,
Mijnheer de Minister van Staat,
Mijnheer de vicerector en heren decanen,
Mevrouw de directeur van de Associatie K.U.Leuven,
Dames en heren vertegenwoordigers van het bedrijfsleven,
Geachte leden van het hogeschoolbestuur,
Dames en heren genodigden,
Dierbare collegae van Lessius,
Beste studenten,
Na deze prachtige intro met het overzicht van het voorbije academiejaar, heet ook ik u van harte welkom op de zitting van de plechtige opening van het ondertussen tiende werkjaar van Lessius, die in het teken staat van internationalisering.
De voorbije jaren hebben we al verschillende keren aangetoond hoe Lessius blijft streven naar grensverleggende initiatieven, die alle betrokkenen stimuleren ‘er het beste uit te halen wat er in zit’.
Binnen de kernopdrachten hebben we met verve de kaap genomen van de Ba-Ma-hervorming, de visitaties en de accreditering, en stevenen we met vaste academiseringskoers af op de integratie van onze academische opleidingen in de universitaire structuur van de K.U.Leuven. Alle leden van het Lessiuscorps zijn zich terdege bewust van hun belangrijke rol in de kennismaatschappij als onderzoekers, docenten en begeleiders; als creator, conservator en communicator van kennen (knowledge) en kunnen (knowhow), of dit nu gaat over het aan- en overbrengen van nieuwe vindingen (development) of technieken, of het aanreiken van nieuwe inzichten (understanding). Zij zetten zich blijvend in voor de wetenschap en het onderwijs, zij zijn de ruggengraat en de bloedsomloop van onze instelling, en wij zijn hen dankbaar daarvoor.
Daarenboven gaan zij zich steeds meer opstellen als pioniers, die de grenzen van de eigen discipline, het eigen departement, de regio of de onderwijscontext durven te overstijgen. Interdisciplinaire en interdepartementale projecten en regionale, nationale en internationale samenwerkingsverbanden met partnerinstellingen, het werkveld en het bedrijfsleven, worden intensiever en intenser. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan het onderzoeksproject van toegepaste taalkunde, waar ook onze ingenieurs aan meewerken voor het computergedeelte, aan de gecombineerde stageteams en bedrijfsprojecten van HW en IW, die zeer gesmaakt worden door het bedrijfsleven, en aan de operationalisering van het MDCL (het Multidisciplinair Diagnostisch Centrum voor Leerstoornissen), een initiatief van logopedie en psychologie, waarbij onderzoek, onderwijs en maatschappelijke dienstverlening in elkaar overvloeien.
Ook op het vlak van maatschappelijke verantwoordelijkheid stellen velen zich samen met de studenten dienstbaar op voor anderen. Ik denk hierbij aan de vele initiatieven in het kader van IDeE (activiteiten rond Identiteit, Diversiteit en Engagement), maar ook aan de verdere ondersteuning van projecten voor ontwikkelingssamenwerking, onder meer in India (de begeleiding van straatkinderen i.s.m. Jeanne De Vos) of in Ghana (de bouw van een waterzuiveringsstation).
Leidraad bij al onze activiteiten in de huidige creatieve en innovatieve kennismaatschappij, waarin globalisering en versnelde technologische vooruitgang verregaande flexibiliteit en mobiliteit noodzaken, is het Lessiusprincipe van ‘empowerment’: anderen aanzetten om het beste uit zichzelf te halen, 'to become active and responsible citizens'.
Hierdoor komen we duidelijk tegemoet aan wat in april in Leuven door de ministerconferentie ter opvolging van Bologna naar voren gebracht werd als de 'various missions of higher education' en ik citeer: 'ranging from teaching and research to community service and engagement in social cohesion and cultural development'.
De toelichting van het belang van de oproep 'to further internationalize the activities and to engage in global collaboration for sustainable development', laat ik graag over aan onze gastspreker van vandaag.
Dames en heren,
Lessius is stevig lokaal verankerd in de stad en de provincie Antwerpen, werkt nationaal samen met vele partners, en is internationaal gericht (van dat laatste zal u straks in de presentatie getuige kunnen zijn). Hierbij beogen wij een osmotische vermenging van traditie en vernieuwing in en over alle opleidingen en wetenschappelijke disciplines.
Bij al onze activiteiten en kernopdrachten gaan we uit van verdraagzaamheid en respect voor de soevereiniteit van de betrokkenen, zij het studenten, collega’s, of andere instellingen binnen het hoger onderwijs en daarbuiten. Maar wij rekenen ook op een gelijkaardige houding van anderen. Ik wil hier dan ook graag iedereen van Lessius en daarbuiten een vruchtbaar jaar toewensen om mee te werken aan wat de maatschappij van ons verwacht: kwaliteit bieden in onze onderzoeks- en dienstverleningsopdracht en een gedegen opleiding en vorming bieden aan de jongere generaties in wiens handen de toekomst van de maatschappij zal rusten. De studenten wens ik een aangenaam jaar toe met veel voldoening en succes bij de studie.
Dames en heren,
Onze gastspreker aan u voorstellen in een beperkt tijdsbestek is geen eenvoudige opgave, gezien zijn uitgebreid en veelzijdig palmares als onderzoeker en academisch beleidsman.
Prof. Bart De Moor studeerde na zijn humaniora bij de Jezuiten van het Sint-Jan Berghmanscollege in Brussel voor burgerlijk elektro-werktuigkundig ingenieur aan de K.U.Leuven, waar hij ook het doctoraat in de toegepaste wetenschappen behaalde eind tachtiger jaren. Daarna was hij twee jaar ‘research associate’ aan de Stanford University in het ‘information systems lab’ en het departement Computerwetenschappen. Vandaag is hij gewoon hoogleraar aan het departement Elektrotechniek van de K.U.Leuven en doceert daarnaast aan verschillende doctoraatsopleidingen in Europa.
Als onderzoeker is hij vooral bedrijvig in de numerieke lineaire algebra, systeemtheorie, geavanceerde regeltechniek, quantuminformatietheorie, datamining, bio-informatica en systeembiologie. Voor de niet-ingewijden onder ons, hij is de man die met zijn team o.a. zorgt voor alle opslag en verwerking van DNA-gegevens en medische dataverwerking in Gasthuisberg.
Hij is auteur van verschillende boeken en enkele honderden artikels, promotor van meer dan vijftig doctoraten en leidt een onderzoeksgroep van een veertigtal onderzoekers en doctorandi. Zijn onderzoek werd bekroond met verschillende wetenschappelijke prijzen, o.a. door de Koninklijke Academie voor Wetenschappen. Hij is coördinator van het excellentiecentrum Symbiosis, van de Interuniversitaire Attractiepool BioMagnet en van het onderzoekscentrum BioSCENTer. Hij stond mee aan de wieg van 6 spin-off-bedrijven van de K.U.Leuven.
Sinds 1991 werkte hij mee aan de uitbouw van het wetenschapsbeleid in Vlaanderen en België, achtereenvolgens als kabinetschef van federaal minister Wivina De Meester, minister-president Luc Van den Brande, en minister-president Leterme. Mee onder zijn impuls zagen o.a. het Vlaams Interuniversitair Centrum voor Biotechnologie, het Vlaams Instituut van de Zee, het Vlaams Centrum voor Bewaring van Tuinbouwproducten en Technopolis het licht. Verder stond hij als coördinator aan de wieg van ‘Vlaanderen in actie’.
Hij was voorzitter van de raad van bestuur van Hercules (Vlaamse financiering zware onderzoeksapparatuur), en het Industrieel Onderzoeksfonds van de K.U.Leuven, zetelt in de raad van bestuur van het IBBT (Interdisciplinair Instituut voor Breedbandtechnologie) en vele andere binnen- en buitenlandse wetenschappelijke culturele verenigingen. Sinds 2002 fungeert hij ook als deskundige in het wetenschappelijk-populariserend programma 'Hoe? Zo!' Op TV1.
Aan de K.U.Leuven bekleedde hij verschillende beleidsfuncties o.a. in de academische raad en de onderzoeksraad, en hij maakt nu deel uit van de beleidsploeg van rector Marc Waer als vicerector Internationalisering.
Daarnaast bezint hij zich ook nog samen met filosofen, sociologen en biologen over de rol van wetenschap en technologie bij de constructie van wereldbeelden, waarbij hij ook de ethische dimensie van techniek als katalysator van de eengemaakte wereldcultuur niet uit de weg gaat.
En hier wil ik graag als insteek misschien toch even uit een van zijn essays citeren: 'de globalizering is niet de oorzaak van al onze problemen, het is de enige weg naar de oplossing ervan'.
Naast vele professionele bedrijvigheden is prof. De Moor een gelukkig gehuwd man en vader van drie kinderen. Hij is goedlachs en welbespraakt en hij weet menige vergadering met een gepaste opmerking op te fleuren en een nieuwe dynamiek te geven.
Gezien zijn grote internationale en academische ervaring is hij de aangewezen spreker om het belang van internationalisering toe te lichten, wat hij ongetwijfeld op een degelijke en eloquente manier zal doen, wellicht ook met een kwinkslag hier en daar.
Mijnheer de vicerector, ik geef u graag het woord.
|