 |
Inleiding
In deze module staan Autismespectrumstoornissen (ASS), Developmental Coordination Disorder (DCD) en Aandachtstekortstoornis met Hyperactiviteit (ADHD) centraal. De diagnostiek van deze stoornissen stelt de psychodiagnosticus voor grote uitdagingen. Enerzijds worden ASS, DCD en ADHD gekenmerkt door een complexe genetisch/neuro(bio)logische basis die evenwel sterk beïnvloed wordt door telkens unieke omgevingsinvloeden. Anderzijds vertonen deze ontwikkelingsstoornissen doorheen de verschillende levensfasen een evolutie in hun symptomatologie. Tijdens 7 bijeenkomsten bestuderen we vanuit een ontwikkelingsperspectief ASS, DCD en ADHD en werken we naar een (wetenschappelijk onderbouwde) diagnostische procedure door kritische analyse van onderzoeksmethodieken en bestaand instrumentarium.
De volgende inhoud komt aan bod:
- Taxatie van de ontwikkelingsdimensie in symptomatologie van ASS, DCD en ADHD
- Kritische analyse van diagnostisch instrumentarium en methodieken
- Wetenschappelijk verantwoorde diagnostiek van ASS, DCD en ADHD
- Methodieken voor sterkte-zwakte analyse
- Van analyse over conclusie tot actieplan
De module leidt niet tot een certificering in bepaalde instrumenten.
De module ‘diagnostiek van leerstoornissen’ is hierbij een mooie aanvulling.
Overzicht van de sessies
- Sessies 1, 2 en 3 | R. Van Noyen
Het aantal kinderen, jongeren en volwassenen dat de diagnose autismespectrumstoornis krijgt, stijgt de laatste decennia opvallend snel. Zelfs prevalentiecijfers van 1:160 worden op dit ogenblik door sommigen als een onderschatting beschouwd. Van autisme(spectrumstoornis) is sprake als iemand belangrijke problemen kent op vlak van sociale contactname, communicatie en verbeelding. Deze problemen moeten bovendien een negatief impact hebben op het functioneren op school, werk, sociale omgeving, … In de drie opeenvolgende sessies wordt gepoogd een antwoord te geven op volgende vragen:
Wat is autismespectrumstoornis? En wat is het niet?
Aan de hand van filmisch en ander didactisch materiaal wordt gepoogd de deelnemers inzicht te laten verwerven in autisme. De triade van stoornissen wordt gedetaileerd bekeken, met name: problemen op vlak van sociale contactname, communicatie en verbeelding. Ook aan het ‘auti-denken’ wordt aandacht besteed. Ook prevalentie, mogelijke oorzaken en onderliggende verklaringsmodellen worden besproken en waar mogelijk gedemonstreerd.
Hoe wordt een autismespectrumstoornis gediagnosticeerd?
Het stellen van een diagnose is een complexe aangelegenheid. Autisme blijft hoedanook een gedragsdiagnose. Tot op heden is er geen enkele test of genetische marker die volstaat om autisme te diagnosticeren. Mede gezien het hoge aantal comorbiditeiten is multidisciplinair onderzoek een absolute must. Een brede multidisciplinaire kijk biedt de meeste garanties het kind of de jongere in zijn geheel te bekijken en ook oog te hebben voor zijn of haar sterke kanten. De diagnostische procedure wordt in deze sessie uitvoerig toegelicht. Niet alleen het proces, maar ook de methodiek wordt getoond. Waar mogelijk wordt specifiek diagnostisch materiaal gedemonstreerd. Daarnaast wordt de nodige aandacht besteed aan comorbiede problemen en diverse valkuilen binnen het diagnostisch proces.
Na de diagnose: wat nu?
Een diagnose is geen eindpunt, het is een begin. Ook al betekent voor sommige ouders en kinderen/jongeren het hebben van een diagnose het einde van een jarenlange zoektocht, een diagnose heeft pas zin als het een zekere werkbaarheid kan installeren. In deze sessie worden de pijlers van autismebegeleiding besproken. Wat maakt nu een autisme-aanpak zo specifiek? Wat doe je best en wat doe je niet? Tegelijkertijd wordt ook aandacht besteed aan de verschillende terreinen waarop op hulp kan geboden worden en hoe die hulp het best wordt georganiseerd. Ook het risico op een autistische auti-aanpak wordt besproken.
- Sessies 4 en 5 | G. Dewitte
Hoewel de term Developmental Coordination Disorder (DCD) vooral de laatste jaren opduikt, bestaat deze problematiek al veel langer, maar dan onder andere benamingen zoals, MBD, clumsy children , dyspraxie,… In 1994 werd op internationaal niveau een consensus bereikt over de gebruikte term en werd een aantal criteria opgesteld. In deze lezingen worden de criteria beschreven en doen we een uitgebreide beeldomschrijving: hoe ziet deze problematiek eruit, hoe kan je dit herkennen, wat zijn al vroege tekenen,…? We doen dit aan de hand van beeld- en videomateriaal. We benadrukken vooral het impact die deze stoornis heeft op het dagelijks leven van kinderen, zowel thuis als op school. We gaan in op de diagnosestelling en de vaak voorkomende comorbiditeit. We bekijken de verschillende therapie-vormen en bespreken de effectiviteit ervan. Een groot deel van de tijd zal echter ook besteed worden aan de ‘zorg’ van kinderen met DCD, waarbij we veel tips en handvaten aanreiken om deze kinderen te begeleiden.
- Sessies 6 en 7 | L. Van Dyck & D. Baeyens
Het stereotiepe beeld van de Aandachtstekortstoornis met Hyperactiviteit (ADHD) is dat van de drukke, ongeremde jongen uit het lager onderwijs. Ook de DSM-IV TR (APA, 2000) beoogt met de diagnostische criteria voor ADHD voornamelijk kinderen van basisschoolleeftijd. Deze sterke klemtoon op de kinderleeftijd gaat voorbij aan bevindingen uit longitudinale studies. Hieruit blijkt dat meer dan de helft van de kinderen met ADHD hun diagnose en bijhorende beperkingen ook in de volwassenheid behouden. Echter, de aard en de intensiteit van de aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit maakt een sterke evolutie door tussen kindertijd en volwassenheid. Classificatiesystemen zoals de DSM-IV TR (APA, 2000) die onze diagnostiek leiden, nemen deze ontwikkelingsdimensie niet op en stellen bijgevolg de diagnosticus voor grote uitdagingen.
Tijdens twee bijeenkomsten bekijken we –interactief- ADHD vanuit een ontwikkelingsperspectief. We bespreken het specifieke symptoomprofiel voor kindertijd, adolescentie en volwassenheid met uitgebreide aandacht voor geslachtsverschillen en comorbiditeiten. Verder gaan we de implicaties hiervan na voor de diagnostiek. We zoeken naar de meest geschikte en verantwoorde diagnostische procedure tijdens elk van deze drie ontwikkelingsfasen: Welke disciplines dienen een plaats te krijgen in de diagnostiek? Welke aspecten van het functioneren dienen aan bod te komen tijdens de intake-fase? Welke vragenlijsten en interviews zijn betrouwbaar en valide? Welke invloed heeft leeftijd op de differentiaaldiagnose? Een dergelijke grondige analyse wil een (wetenschappelijk) gefundeerde diagnostiek van ADHD doorheen de levensloop garanderen.
Planning
- Docent | R. Van Noyen - Locatie | Gent - Datum | Di. 23.11.2010 | 18.00 – 21.00 u.
- Docent | R. Van Noyen - Locatie | Gent - Datum | Di. 30.11.2010 | 18.00 – 21.00 u.
- Docent | R. Van Noyen - Locatie | Gent - Datum | Di. 07.12.2010 | 18.00 – 21.00 u.
- Docent | G. Dewitte - Locatie | Gent - Datum | Do. 20.01.2011 | 18.00 – 21.00 u.
- Docent | G. Dewitte - Locatie | Gent - Datum | Do. 27.01.2011 | 18.00 – 21.00 u.
- Docenten | L. Van Dyck & D. Baeyens - Locatie | Antwerpen - Datum | Do. 15.03.2011 | 18.00 – 21.00 u.
- Docenten | L. Van Dyck & D. Baeyens - Locatie | Antwerpen - Datum | Do. 22.03.2011 | 18.00 – 21.00 u.
Docenten
In het academiejaar 2010-2011 werken mee aan deze module:
- Ria Van Noyen | Lic. klinische psychologie en werkzaam in het Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen UZ Gent.
- Griet Dewitte | Lic. motorische revalidatie en kinesitherapie, specialisatie ‘psychomotoriek bij kinderen’. Werkzaam in het Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen en het Referentiecentrum Autisme van het UZ Gent. Verbonden aan het Centrum voor Visuele Revalidatie van het UZ Gent en het Diagnostisch Centrum (multidisciplinaire groepspraktijk te Lochristi). Ook werkzaam in eigen praktijk als psychomotorisch kinesitherapeut.
- Lotte Van Dyck | Lic. klinische psychologie, draagt binnen de expertisecel ontwikkelingsstoornissen op CODE Lessius bij tot de dienstverlening en het wetenschappelijk onderzoek. Medewerker Dept. Toegepaste Psychologie, Lessius.
- dr. Dieter Baeyens | dr. in de psychologische wetenschappen, coördineert de expertisecel ontwikkelingsstoornissen binnen CODE Lessius. Onderzoeker voor de Afdeling Psychiatrie van de K.U.Leuven. Lector Dept. Toegepaste Psychologie, Lessius, modulesupervisor.
Locatie
- Antwerpen
Lessius Hogeschool | Campus Sint-Andries
Sint-Andriesstraat 2 | 2000 Antwerpen
tel. 03 206 04 91
- Gent
Zaal Club van Eyck
Kortrijksesteenweg 532 | 9000 Gent
tel. 09 245 59 95
|
 |
|