Module 1 | Intelligentie-onderzoek bij kinderen

 

Doelstelling en inhoud

Wanneer intelligentie de cognitieve vaardigheid is om een zo goed mogelijke oplossing te vinden voor problemen van allerlei aard, kan het niet anders dan dat intelligentieonderzoek een onontbeerlijke component is in de diagnostiek van schoolse, klinische en (ortho-) pedagogische problemen. Intelligentie is niet alleen geen eenvoudig maar ook een controversieel concept. Onderzoek naar intellectuele vermogens ligt duidelijk onder vuur.

 

In deze module worden vroegere en bestaande opvattingen over intelligentie en - onlosmakelijk hiermee verbonden - het intelligentieonderzoek besproken. Nieuwe stromingen, zowel op inhoudelijk als methodologisch vlak, komen aan bod.

 

Op basis van een uitslag op een intelligentietest kunnen vergaande, ingrijpende beslissingen genomen worden. Dus moeten er eisen gesteld aan de instrumenten: psychometrische kwaliteiten en onderzoeksmatige ondersteuning zijn noodzakelijk voor de voorspellende en de verklarende waarde van het instrumentarium. Redenen genoeg om stil te staan bij de psychometrische voorwaarden en de betekenis van deze begrippen in toegepast intelligentieonderzoek.

 

Cruciaal is de kwaliteit van het beschikbare instrumentarium. In het licht van het voorgaande worden belangrijke intelligentietests besproken. Er wordt ook ingegaan op suggesties van deelnemers.

 

We bezinnen ons ook over problemen als:

 

  • hoe breed is intelligentie?,
  • beïnvloedbaarheid van intelligentie,
  • intelligentie en tempo,
  • intelligentie en leervermogen,
  • stabiliteit en IQ-scores,
  • discrimineren intelligentietests (bias)?,

 

Binnen het intelligentieonderzoek is heel wat beweging.

 

De vele psychometrische modellen en factoranalytische onderzoeken rond intelligentie leiden uiteindelijk tot het Gf-Gc model. Het is gebaseerd op Cattell’s indeling van de intelligentie in gekristalliseerde intelligentie versus vloeiende intelligentie. De verdere uitwerking gebeurde door Horn, J.L. en Carroll, J.B. en wordt daardoor ook het CHC-model (Cattell-Horn-Carroll – model) genoemd. Het intelligentiestructuurmodel van Catell – Horn – Carroll blijkt voor de praktijk van bijzonder belang. Het biedt de diagnosticus de mogelijkheid om te vertrekken vanuit een wetenschappelijk conceptueel kader en daarin zijn instrumentarium en diagnostische analyse te plaatsen.

 

Na de bespreking van de ontwikkelingen op wetenschappelijk domein - de theorievorming dus - het instrumentarium en zijn kenmerken, alsook het toegepast intelligentie-onderzoek in het algemeen, zal de focus liggen op intelligentieonderzoek in specifieke psycho-pedagogische en klinische hulpverleningssituaties.

 

Wanneer we een intelligentietest betrekken in ons onderzoek, stellen we ons de vraag welke bijdrage intelligentie levert aan het probleem zelf of aan het ontstaan of de oplossing van het probleem. Aan welke criteria moet het intelligentieonderzoek voldoen, rekening houdend met de specifieke context en doelgroep? Dit luik wordt ter harte genomen door verscheidene deskundigen uit het werkveld.

 

-