 |
Doelstelling en inhoud
Wanneer intelligentie de cognitieve vaardigheid is om een zo goed mogelijke oplossing te vinden voor problemen van allerlei aard, kan het niet anders dan dat intelligentieonderzoek een onontbeerlijke component is in de diagnostiek van schoolse, klinische en (ortho-) pedagogische problemen.
In deze module worden vroegere en bestaande opvattingen over intelligentie en - onlosmakelijk hiermee verbonden - het intelligentieonderzoek besproken. Nieuwe stromingen, zowel op inhoudelijk als methodologisch vlak, komen aan bod.
Op basis van een uitslag op een intelligentietest kunnen vergaande, ingrijpende beslissingen genomen worden. Dus moeten er eisen gesteld aan de instrumenten: psychometrische kwaliteiten en onderzoeksmatige ondersteuning zijn noodzakelijk voor de voorspellende en de verklarende waarde van het instrumentarium. Redenen genoeg om stil te staan bij de psychometrische voorwaarden en de betekenis van deze begrippen in toegepast intelligentieonderzoek.
Cruciaal is de kwaliteit van het beschikbare instrumentarium. In het licht van het voorgaande worden belangrijke intelligentietests besproken. Er wordt ook ingegaan op suggesties van deelnemers.
We bezinnen ons ook over problemen als:
- hoe breed is intelligentie?,
- beïnvloedbaarheid van intelligentie, intelligentie en tempo,
- intelligentie en leervermogen,
- stabiliteit en IQ-scores,
- discrimineren intelligentietests (bias)?,
- …
Deze probleemstellingen worden deskundig toegelicht door Prof. dr. M. Schittekatte en komen zeker aan bod in de praktijkgerichte sessies.
Binnen het intelligentieonderzoek is heel wat beweging.
De vele psychometrische modellen en factoranalytische onderzoeken rond intelligentie leiden uiteindelijk tot het Gf-Gc model. Het is gebaseerd op Cattell's indeling van de intelligentie in gekristalliseerde intelligentie versus vloeiende intelligentie. De verdere uitwerking gebeurde door Horn, J.L. en Carroll, J.B. en wordt daardoor ook het CHC-model (Cattell-Horn-Carroll – model) genoemd. Het intelligentiestructuurmodel van Catell – Horn – Carroll blijkt voor de praktijk van bijzonder belang. Het biedt de diagnosticus de mogelijkheid om te vertrekken vanuit een wetenschappelijk conceptueel kader en daarin zijn instrumentarium en diagnostische analyse te plaatsen. In de sessie van W. Magez en A. Bos wordt voorgesteld hoe dit CHC-model toegepast kan worden op onze standaard intelligentietests.
Na de bespreking van de ontwikkelingen op wetenschappelijk domein - de theorievorming dus - het instrumentarium en zijn kenmerken, alsook het intelligentie-onderzoek in het algemeen, zal de focus liggen op de toepassing van het CHC-model en de crossbatterijbenadering in intelligentieonderzoek in het kwaliteitsvol en zorgzaam werken bij kansarme en allochtone leerlingen (W. Mager en A. Bos), bij kinderen en jongeren met het vermoeden van een leerstoornis (G. Rauws) en in klinische hulpverleningssituaties (R. Debbaut en A. Bos).
Aan welke criteria het intelligentieonderzoek moet voldoen, rekening houdend met een specifieke doelgroep, met name kinderen met ontwikkelingsstoornissen en kinderen met een beperking wordt ter harte genomen door respectievelijk L. Last en Prof.dr. Vanderfaeille.
Docenten
In het academiejaar 2010 – 2011 werken mee aan deze module:
- Mark Schittekatte, dr. in psychologie en werkzaam aan de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Gent als coördinator van het Testpracticum PPW; voorzitter van de Commissie Psychodiagnostiek van de Belgische Federatie van Psychologen (BFP) en lid van de Raad van Beheer van het Vlaams Forum voor Diagnostiek (VFD)
- Liesbeth Last , kinderpsychologe werkzaam in het revalidatiecentrum ter kouter te Deinze
- Walter Magez, voorzitter van het coördinatieteam Antwerpen Psychodiagnostiek (CAPvzw), wetenschappelijk medewerker Lessius Hogeschool en Centrum voor schoolpsychologie, K.U. Leuven, lid van de Commissie Psychodiagnostiek van de BFP en lid van de Raad van Beheer van VFD, medewerker aan het Psycho-diagnostisch Centrum ( PDC ) van de Lessius Hogeschool, dep. Toeg. Psychologie.
- Gisleen Rauws, psychopedagogisch consulent werkzaam in VCLB De Wissel Antwerpen en praktijklector in het Centrum voor schoolpsychologie, K.U. Leuven.
- Annemie Bos, Hoofdpraktijklector Opleiding Toegepaste Psychologie, Vakgroep School- en pedagogische psychologie, Lessius Antwerpen, lid van de Commissie Psychodiagnostiek van de BFP en lid van de Raad van Beheer van het VFD, medewerker aan het Psychodiagnostisch Centrum ( PDC ) van Lessius Antwerpen, opleiding Toeg. Psychologie en modulesupervisor.
- Riete Debbaut, Lector Opleiding Toegepaste Psychologie, Vakgroep klinische psychologie, Lessius Antwerpen, medewerker aan het Psychodiagnostisch centrum (PDC) van Lessius Antwerpen, opleiding Toeg. Psychologie en medewerker aan het expertisecentrum CODE van Lessius Antwerpen.
- Johan Vanderfaeillie, professor, vakgroep Klinische en Levenslooppsychologie, Vrije Universiteit Brussel.
Praktische organisatie
- Sessie 1 | M. Schittekatte - Gent - dinsdag 11.10.11 van 17.30 tot 21.00 uur
- Sessie 2 | W. Magez en A. Bos - Antwerpen - dinsdag 18.10.11 van 18.00 tot 21.00 uur
- Sessie 3 | R. Debbaut en A. Bos - Antwerpen - donderdag 10.11.11 van 18.00 tot 21.00 uur
- Sessie 4 | W. Magez en A. Bos - Antwerpen - donderdag 15.12.11 van 18.00 tot 21.00 uur
- Sessie 5 | J. Vanderfaeille - Gent - donderdag 26.01.12 van 18.00 tot 21.00 uur
- Sessie 6 | L. Last - Gent - donderdag 08.03.12 van 18.00 tot 21.00 uur
- Sessie 7 | G. Rauws - Antwerpen - donderdag 22.03.12 van 18.00 tot 21.00 uur
|
 |
|