|
'Fighting by the Rules'
Internationaal humanitair recht en het Rode Kruis
Gewapende conflicten staan steeds garant voor leed, dood en vernieling onder de betrokken partijen, hoe nobel de beweegredenen voor die conflicten ook mogen zijn. Overal ter wereld lijden soldaten, maar in toenemende mate ook burgers, onder nietsontziend oorlogsgeweld.
Beelden van willekeurige beschietingen van woongebieden, opzettelijke vernietiging van het milieu, terreur tegen de bevolking en mishandeling van gedetineerden geven al te vaak de indruk dat het recht ophoudt te bestaan wanneer de wapens het straatbeeld beheersen. Niets is minder waar. Niet alleen blijft het gros van de bestaande rechtsregels van kracht, oorlogen genereren daarenboven hun eigen regels. Een aantal van die regels, met name het internationaal humanitair recht, werd speciaal ontworpen om menselijkheid te midden van conflicten te vrijwaren.
Het internationaal humanitair recht, ook bekend als oorlogsrecht, is enkel van toepassing wanneer er sprake is van een gewapend conflict. En dat is maar goed ook, want dat recht bevat regels met betrekking tot het gebruik van dodelijk geweld die in vredestijd onaanvaardbaar zijn. In de verdragen wordt echter nergens precies gedefinieerd wat een gewapend conflict eigenlijk is. Sommige staten maken van die lacune gebruik om het bestaan van burgeroorlogen ten aanzien van de internationale gemeenschap te ontkennen, ook al liggen er voldoende indicaties voor. Andere staten neigen dan weer naar het andere uiterste: zij gaan te snel besluiten dat er sprake is van een gewapend conflict. Hoewel een definitie ontbreekt, bevat het internationaal humanitair recht nochtans een aantal duidelijke criteria.
Maar wat dan met terrorisme? Zijn er internationaal aanvaarde definities voor dat fenomeen? Is ‘de ene zijn terrorist de andere zijn vrijheidsstrijder’? Bestaat er zoiets als een ‘global war on terror’? En zo ja, is het internationaal humanitair recht daar dan op van toepassing? In de hedendaagse context zijn deze vragen, en de antwoorden erop, cruciaal. Ze bepalen immers welke middelen juridisch gerechtvaardigd zijn in de strijd tegen het terrorisme en welke niet.
Voor het Rode Kruis is de naleving van het internationaal humanitair recht van essentieel belang. De organisatie heeft van de internationale gemeenschap immers het mandaat gekregen om bijstand en bescherming te bieden aan slachtoffers van gewapende conflicten. Het Internationale Rode Kruiscomité beschikt over een uniek juridisch statuut en een werkwijze die het onderscheidt van andere humanitaire organisaties. Neutraliteit en vertrouwelijkheid zijn daarbij sleutelbegrippen. In conflictgebieden bezoeken afgevaardigden van het Rode Kruis gedetineerden, sporen ze vermisten op en zien ze toe op de naleving van het internationaal humanitair recht. Wanneer die afgevaardigden oorlogsmisdaden of andere schendingen van de regels vaststellen, trachten ze daaraan een einde te maken. Enkel wanneer alle andere middelen falen én de slachtoffers daarmee gebaat zijn, maakt het Rode Kruis zijn bezorgdheid publiek.
Eén van de belangrijkste doelgroepen van het Internationale Rode Kruiscomité zijn personen die gedetineerd zijn in het kader van een gewapend conflict. Om toe te zien op hun levensomstandigheden bezoekt het Rode Kruis ieder jaar honderdduizenden gevangenen. Het blijft echter niet bij bezoeken. Medewerkers van de organisatie bemiddelen ook bij gijzelingen en zorgen voor de uitwisseling van berichten tussen gevangenen en hun families.
Organisatie
- Organisator | Yolanda vanden Bosch
- Spreker | Koen De Groof, Rode Kruis
Praktisch
- Datum | 19 maart 2008
- Contact en inschrijvingen | Karen Foelen
- Locatie | Departement Toegepaste Taalkunde | Sint-Andriesstraat 2 | 2000 Antwerpen
|